Laatste wijziging
15 oktober 2018
'De Beer is in de bezettingsjaren ontzettend veranderd.' Zo begint het rapport van opzichter Van Doorn over de toestand van De Beer vlak na de oorlog. Van Doorn geeft in dit rapport van 14 augustus 1945 een vrij gedetailleerd beeld van de toestand van het landschap op De Beer. Speciale aandacht besteedt hij aan de broedterreinen en aan de vogels. Van Doorn: 'Iemand die het al dien tijd niet heeft bezocht, zal zich eerst goed moeten oriënteren alvorens hij weet waar hij is. En dan komt hij wellicht tot de vraag: "heeft het nog nut om deze terreinen als natuurmonument te handhaven", welke vraag hij misschien in ontkennenden zin wil beantwoorden. We kunnen er echter van op aan dat een serieuze waarnemer tot de volgende conclusie komt: "er is veel vernield en verloren gegaan, maar er zijn ook aanwinsten te boeken, goede gedeelten zijn bewaard gebleven, de vogelwereld heeft zich reeds voor een groot gedeelte hersteld." '
Wat verder volgt zijn beschrijvingen van de vele door de Duitsers gebouwde verdedigingswerken, maar ook van de elementen van De Beer die bewaard zijn gebleven of zelfs nieuw zijn ontstaan. De schade is overal groot, het grootst aan de noordkant. Hier ligt onder andere het zeer omvangrijke Kernwerk. Een vesting bestaande uit een massa beton van gigantische proporties. De nabijgelegen Vlierenlaan - ooit de trots van De Beer - is 'grondig vernield' en: 'hier is alles onherkenbaar veranderd'.
De gebeurtenissen in de oorlogsjaren hebben dus een grote aanslag op De Beer gepleegd. Het was na de oorlog dan ook bijzonder moeilijk om de zaken weer enigszins op orde te krijgen. Zo goed en zo kwaad als het ging, zette de stichting de herstelwerkzaamheden in gang. Het gebrek aan geld en hulpmiddelen én de aanwezigheid van militairen, militaire objecten en zelfs een gevangenenkamp in het gebied bemoeilijkten echter de voortgang.
Na de oorlog was De Beer jarenlang voor het publiek gesloten. Het was in het begin zeker ook niet ongevaarlijk, omdat het gebied was vergeven van de mijnen. In 1948 was het natuurmonument weer zo ver op orde dat het voor het grote publiek kon worden opengesteld. Een klein berichtje in De Kampioen van april 1948 maakte melding van dit heugelijke feit.
En het weekblad Panorama meldde een jaar later, op 30 juni 1949, trots: 'En thans is het er weer bijna even mooi als vroeger'. De vogelstand bleek, zo meldde het artikel, ook al weer behoorlijk hersteld, want er was sprake van 'duizenden kokmeeuwen, visdiefjes en grote sternen broeden daar als het ware mannetje aan mannetje' en 'vooral bij het bezichtigen van de grote sternkolonie zult u een onwisbare indruk krijgen van het grootste natuurleven op De Beer'.
En inderdaad het aantal broedparen van bijvoorbeeld het visdiefje en de grote stern steeg snel na de oorlog. Begin jaren vijftig waren de aantallen al weer op het vooroorlogse niveau. De Beer had dus weliswaar zwaar te leiden gehad onder de oorlog, maar in het begin van de jaren vijftig leek alles toch weer aardig op orde te zijn. We praten dan over een natuurmonument ter grootte van nog steeds ongeveer 1000 ha. Er broeden 20.000 paren vogels. Het is op dat moment zelfs de belangrijkste vogelbroedplaats in Nederland.
De Tweede Wereldoorlog had diepe wonden in De Beer geslagen. Een kwart van het oppervlak was voorgoed door de inpoldering van het gebied in het zuiden verloren gegaan. Het voorheen zo dynamische ecosysteem was door de bouw van zeeweringen bovendien grotendeels aan banden gelegd. Gelukkig waren de strandvlaktes verhoudingsgewijs gespaard gebleven. Zo goed en zo kwaad als het gaat probeerde het bestuur van de Stichting Natuurmonument De Beer er nog wat van te maken. En ondanks al het optimisme over het voorspoedige herstel, had De Beer nog maar een schijntje van de glorie van voor de oorlog. Niettemin zorgde de massale terugkeer van de kustbroedvogels voor een nieuw naoorlogs hoogtepunt: eind jaren veertig en begin jaren vijftig werden historisch hoge aantallen visdiefjes en grote sterns op De Beer waargenomen.
De bevrijding van Nederland ging voor Rotterdam met bittere gevoelens gepaard. De havens en de havenwerken waren door de Duitsers grondig vernield. De schade bedroeg meer dan 50 miljoen gulden. Het herstelwerk werd echter voortvarend aangepakt. En ook de Duitse bunkers op De Beer bleken dan toch nog ergens goed voor te zijn. Een deel ervan werd opgeblazen, want ook het puin kwam goed van pas bij het herstel van de Rotterdamse haven. In 1950 luidde de koningin Juliana feestelijk een scheepsbel ten teken dat alle sporen van de oorlog in de Rotterdamse haven waren uitgewist. Bovendien was de haven nu ook meteen deels gemoderniseerd. Vijf jaar later, 1955, werd een nieuw record bereikt. Op 24 december van dat jaar loopt het 20.000ste schip, het Zweedse La Plata, de haven binnen. Het niveau van voor de oorlog is overtroffen. Rotterdam was nu de op één na grootste haven ter wereld.
BotlekplanDe Tweede Wereldoorlog vormde een onvoorziene onderbreking in de uitbreiding van de Rotterdamse haven. Zo was bij de bezetting het in 1939 begonnen werk aan de Tweede Petroleumhaven en aan de Eemhaven stil komen te liggen. De vernielingen die de Duitsers in september in de haven aangericht hadden, gaven nieuwe problemen. De haven was echter van eminent economisch belang en zou na de oorlog zo snel mogelijk weer in bedrijf moeten zijn. Maar de gemeente Rotterdam dacht ook al aan uitbreiding. In maart 1947 nam de gemeenteraad van Rotterdam het plan-Botlek aan. Er leefde bij de gemeente aanvankelijk angst dat het Botlekplan te groot, te ambitieus was opgezet. De aanleg van het Botlekgebied begon in 1954 en zou pas in 1960 afgerond zijn. Met de Botlek bleek de expansie van de Rotterdamse haven naar het westen begonnen te zijn. Het Botlekgebied, dat ooit bedoeld was om 30 jaar vooruit te kunnen, was al in negen maanden 'volgetekend'. Het waren vooral oliemaatschappijen die zich hier vestigden. Een verdere uitbreiding van het Rotterdamse havengebied werd op dat moment al door het Rotterdamse Havenbedrijf als onontkoombaar gezien.
Vervolg — 1955-1964
15 oktober 2018
— De Beer toch weer bijna even mooi als vroeger
– – – –

De Duitsers lieten een waar kerkhof van bunkers, versterkingen en wapentuig op De Beer achter. Foto Frans Kooijmans, 1946.


Mooie berichten over De Beer verschenen aan het eind van de jaren veertig onder andere in de Kampioen (boven) en de Panorama (onder).

Een vroege versie van het Botlekplan.