Laatste wijziging
31 juli 2024
In De Levende Natuur van 1927 (32[6], p. 195-196) scheef het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte te Rotterdam een prijsvraag uit: 'Het Genootschap verlangt een monographie over de fauna van het duingebied Hoek van Holland Zuid, bijgenaamd „De Beer"; inbegrepen de Zuiderpier van den Nieuwe' Waterweg, binnen- en buitenzijde, het strand en de vlakten, weilanden enz., die in dit gebied voorkomen. De begrenzing van bedoeld terrein is aan alle zijden het water, behalve aan de Oostzijde, waar als grens genomen moet worden de lijn Noord-Zuid, getrokken door de Scheurpolder-Hoeve, gelegen dicht aan den Nieuwe Waterweg. Het Genootschap verlangt een monographie over de flora van het duingebied Hoek van Holland Zuid, bijgenaamd „De Beer"; inbegrepen de Zuiderpier van den Nieuwe Waterweg, binnen- en buitenzijde, het strand en de vlakten, weilanden enz., die in dit gebied voorkomen. De begrenzing van bedoeld terrein is aan alle zijden het water, behalve aan de Oostzijde, waar als grens genomen moet worden de lijn Noord-Zuid, getrokken door de Scheurpolder-Hoeve, gelegen dicht aan den Nieuwe Waterweg. Bedoeld wordt de monographie van vraag I resp. vraag II te illustreeren met platen, foto's en kaartjes betreffende het voorkomen van dieren of planten. Toelichting: In dezen tijd van bedreigd natuurschoon, moet iedere monographie over een afgesloten stuk natuur met instemming worden begroet. In bewerking is een zoodanige monographie over een duingebied bij Meyendel, tusschen 's-Gravenhage en den Wassenaarschen Slag. De voorloopige resultaten, deels reeds gepubliceerd, zijn van dat gedeelte der duinen zeer belangrijk. Verder herinnert de voorsteller aan de Zuiderzee-monographie, gepubliceerd in 1922—1923. Het terrein: Hoek van Holland Zuid „De Beer" is, zijnde verboden gebied, nog geheel onvoldoende bekend. Toegang is te krijgen bij den Commissaris van Politie te Hoek van Holland, den Heer Jas. Verder kan de boer van de Scheurpolder- Hoeve toegang verleenen en de Administratie van het Kroondomein te 's-Gravenhage. Voor overzetten over den Nieuwe Waterweg is steeds een motorboot beschikbaar.
Aan deze prijsvraag werden later in hetzelfde blad (32(8), p.268-269) maar liefst twaalf (12) voorwaarden verbonden. De eerste gaat over de prijs die eraan verbonden is: 'Aan den schrijver van een, volgens het oordeel der Algemeene Vergadering, voldoend antwoord op een der uitgeschreven wetenschappelijke vragen, wordt de gouden gedenkpenning van het Genootschap, ter zwaarte van dertig dukaten, of de waarde daarvan, ter keuze van den schrijver, aangeboden.' Curieus is de vierde voorwaarde over de taal: 'De antwoorden op de vragen moeten in het Nederlandsch, Duitsch, Engelsch of Fransch met een schrijfmachine, geschreven in vier exemplaren, vóór of op 31 December 1929, 5 uur n.m., vrachtvrij zijn ingekomen bij den Eersten Secretaris, Beurssteeg 4 te Rotterdam.' De vijfde voorwaarde: 'De schrijvers moeten de antwoorden niet met hun naam, maar met eene zinspreuk teekenen en in een verzegeld naambriefje, dat dezelfde zinspreuk tot opschrift heeft, hun naam en adres vermelden : het couvert mag een correspondentie-adres vermelden.' Bovendien mag de tekst niet in druk zijn verschenen. Zeker belangrijk is dat de manuscripten uiterlijk 31 december 1929 moeten zijn ingediend.
In een reactie schrijft Thijsse onder andere: 'Deze Beer is al dikwijls in ons Tijdschrift geroemd en nog lang niet genoeg.'En: 'Het is inderdaad een natuurmonument van den allereersten rang, zoowel floristisch als faunistisch en als geologische formatie. Alleen wanneer de beteekenis ervan duidelijk in het licht gesteld wordt, mogen wij hopen, dat de Beer in lengte van dagen ongestoord moge blijven voortbestaan onder den dichten rook van Rotterdam en den Waterweg.' En bijna aan het einde: 'Het is niet mogelijk, dat één mensch hoe knap en vlijtig ook een dezer monografieën zou kunnen samenstellen. Samenwerking is dan ook geoorloofd, zelfs, naar ik geïnformeerd heb, van eventueel meer dan twee personen, maar dan moet die groep het onder elkaar eens worden, hoe zij de prijs, de huid van den beer, verdeelen.'
Frans Beekman is van mening dat het boek Het Vogeleiland een antwoord op de prijsvraag zou kunnen zijn. De laatste zin uit de opmerkingen van Thijsse lijkt daar op te duiden. Het boek Het Vogeleiland zou door vier auteurs gezamenlijk worden geschreven. Volgens Ed Buijsman is daarvoor aanvullend (bewijs)materiaal nodig. Het merkwaardige is namelijk dat Thijsse in zijn voorwoord nergens over een prijsvraag rept. Ook in De Levende Natuur wordt er niet meer op teruggekomen.
![]()
31 juli 2024
De twee korte stukjes in De Levende Natuur in 1927 [pdf, 1.2 MB]
— Nieuws