Jan Koolen
Jan Koolen (1937) leerde De Beer kennen in het begin van de jaren vijftig. De eerste aanblik van De Beer was zo overweldigend dat Koolen De Beer voor altijd in zijn hart sloot. Jaren later herinnert hij zich:´Ik zal een jaar of 12, 13 geweest zijn. Het was in het begin van de jaren vijftig. Wij woonden in Den Haag. Mijn vader had een motor gekocht en vroeg of ik mee wilde voor een ritje. Eerst naar familie in Rotterdam en daarna naar De Beer. De Beer, zo legde mijn vader uit, was een natuurgebied aan de zuidkant van de Nieuwe Waterweg. Het was iets bijzonders, hij was er voor de oorlog wel eens geweest. Mij leek het wel wat, vooral dat ritje op de motor dan. Na het bezoek aan de familie gingen we met het pontje bij Maassluis over naar Rozenburg. Daarna via de betonweg langs de Nieuwe Waterweg naar De Beer. Het was druk bij De Beer. Wat wil je: het was een mooie zomerse dag. We kochten een toegangskaartje. We liepen over de bestrate weg naar het westen. Aan het eind van de weg konden we het Groene Strand overzien. Zoiets had ik nog nooit gezien, zoiets moois. Daar, op dat moment, naast mijn vader is mijn liefde voor De Beer ontstaan. Vaak ging ik daarna terug, op mijn fiets vanuit Den Haag naar Hoek van Holland. En dan over met het pontje van Arie Prins. Een kaartje kopen bij Korfmaker en dan De Beer in. Pas jaren later ontdekte ik dat je ook Vriend van De Beer kon worden en dan een jaarkaart kon kopen. Korfmaker had mij daar nooit iets van verteld.
Halverwege de jaren vijftig kwamen de verhalen dat De Beer zou gaan verdwijnen. Zoiets kon ik toen nog niet geloven: zo’n prachtig en waardevol gebied. Dat kon toch niet zo maar op de schop gaan? Ik ben toen kleurendia’s gaan maken, want ik wilde vastleggen wat er toen nog was. Het was pas kort daarvoor dat deze diafilms in Nederland gekocht én ontwikkeld konden worden. Twintig films heb ik volgeschoten; een diafilm kostte toen een kapitaal. Daarnaast was ik al jaren bezig met zwartwit. Zo heb ik iets kunnen vastleggen van het bijzondere van De Beer. Het werd wel steeds moeilijker. Toen het noordoostelijke deel helemaal vergraven was, werd de ingang verplaatst naar de zuidkant van De Beer. Ik ging dan met de pont bij Maassluis over naar Rozenburg en vandaar naar De Beer; een afstand van zo’n 15 kilometer vanaf Rozenburg. Dan uren lopen op De Beer en dan weer 15 kilometer terug. Eigenlijk was het toen al niet meer te doen. Haast al mijn schaarse vrije weekenden van militaire dienst heb ik er aan besteed. In 1964 kwam ik op een dag met een mooie nieuwe camera en zag dat er niets van De Beer meer over was. Het Groene Strand stond vol met draaiende draglines en schreeuwende kokmeeuwen. Overal kringelde rook van brandende struiken omhoog. Ik heb me omgedraaid en ben daarna nooit meer naar die plaats terug geweest. Alles bij elkaar heb ik De Beer 157 keer bezocht.´
Jan Koolen heeft een collectie van 700 dia's van De Beer opgebouwd. Tot een aantal jaren geleden was hij een van de weinigen in Nederland die nog lezingen over De Beer verzorgde. Hij heeft ook een belangrijke bijdrage aan het boek 'Een eersteklas landschap' geleverd. Jan was namelijk verantwoordelijk voor het onderdeel 'Het landschap van De Beer in de jaren vijftig en zestig'. Hierin beschrijft hij liefdevol en met oog voor detail een virtuele wandeling op De Beer. Het is mede dank zij dit soort bijdragen dat er, naast de foto's, een goed beeld van De Beer in zijn vorm van na de oorlog is blijven bestaan.
Jan Koolen zet zich al decennia lang in voor natuurbehoud, vooral als het gaat om de Biesbosch, de grote rivieren en de het zuidwestelijk deltagebied. Hij ontving in 2009 uit handen van koningin Beatrix de Zilveren Anjer voor zijn werk op het terrein van de natuurbescherming.
Foto's van De Beer van de hand van Jan Koolen
Koningin reikt Zilveren Anjers uit
Jan Koolen krijgt de Zilveren Anjer
Een filmportret van Jan Koolen op YouTube ter gelegenheid van de Zilveren Anjer 2009
![]()